Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ieder in haar eigen sfeer, maar geen enkele leverde hem het bewijs van haar recht van bestaan. De drie werelden bestonden onveranderlijk als de schoot van Demeter, als het licht der sterren en het hart der menschen; maar slechts hij die haar onderlinge overeenstemming en de wet van haar evenwicht zou vinden, zou een waar wijsgeer zijn; hij alleen zou de goddelijke kennis bezitten en de menschheid kunnen helpen. In de samenvatting der drie werelden was het geheim van den Cosmos gelegen!

Deze voor hem nieuwe gedachte uitsprekende, stond Pythagoras op. Zijn aandacht werd onweerstaanbaar getrokken door den Dorischen gevel van den tempel. Het strenge gebouw, beschenen door het reine licht van Diana, scheen geheel van gedaante veranderd. Hij meende er het ideale beeld der wereld in te zien en de oplossing van het vraagstuk dat hij zocht. Immers de basis, de zuilen, de architraaf en het driehoekige fronton stelden de drievoudige natuur van den mensch en het heelal voor, van den microcosmos en den macrocosmos, gekroond door de goddelijke eenheid, die zelf een drieëenheid is. De Cosmos, dien de Godheid beheerscht en doordringt, was dan het beeld van de Yierheid (Tetractys), zooals in de Gulden Verzen uitgedrukt staat:

Zoowaar als de Yierheid zich op onze ziele gedrukt heeft, bron van ons eeuwige wezen.')

') In plaats van de Fransche vertaling van Fabre d'Olivet, nog eens weer in het Hollandsch te vertalen, gebruikte ik overal waar de Gulden Verzen aangehaald worden, de Hollandsche vertaling, naar het Grieksch, van Dr. J. J. Hallo en S. van West.

(Zie Vilde Jaargang van Theosophia. Noot v. d. Vert,.)

Sluiten