Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren in staat aan dien eisch te voldoen.

De geest van Pythagoras die plotseling zijn wieken kon uitslaan, begon zijn verleden na te gaan, zijn door geheimen omsluierde geboorte en de geheimzinnige liefde van zijn moeder. Een herinnering uit zijn kinderjaren kwam hem met pijnlijke juistheid voor den geest. Hij herinnerde zich dat zijn moeder hem, toen hij een jaar oud was, naar den tempel van Adonaï, gelegen in een vallei van den Libanon, gebracht had. Hij zag zich weer "\s klein kind, met de armpjes om den hals van Parthenis geslagen, te midden van kolossale bergen en reusachtige wouden, waarin een bergstroom een waterval vormde. Zijn moeder stond rechtop op een terras in den schaduw van hooge ceders. Vóór haar stond een statige grijsaard met witten baard, die tegen moeder en kind glimlachte onder het uitspreken van ernstige woorden, die hij toen niet begreep. Zijn moeder had hem dikwijls de vreemde woorden van den hiërofant van Adonaï herinnerd : — „O! vrouw van Ionië, uw zoon zal groot zijn door wijsheid, maar bedenk dat, hoewel de Grieken nog de kennis der Goden bezitten, de kennis van God slechts in Egypte gevonden wordt!" — Die woorden kwamen hem voor den geest tegelijk met den glimlach zijner moeder, het schoone gelaat van den grijsaard en het geraas van den waterval in de verte, dat overstemd werd door de woorden van den priester; ook zag hij de landstreek voor zich, heerlijk als een droom uit een ander leven. Voor het eerst doorgrondde hij de beteekenis der godspraak. Hij had wel hooren

Sluiten