is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de juiste wijze geoefenden, menschelijken wil en zijn oneindige toepassingen zoowel op het lichaam als op e ziel. - „De wetenschap der getallen en de kunst van de besturing van den wil zijn de twee s eu e s der magie," - leerden de priesters van MemP ' 21J 0Penen alle poorten van het heelal." - Pythagoras ontwikkelde dus in Egypte dat gezicht op a le dingen van boven af, dat in staat stelt de levenssferen en alle kennis als concentrisch te beschouwen, de mvolutie (inwikkeling) van den geest in de stof door de universeele schepping te begrijpen, zoowel als zijn evolutie (ontwikkeling) of zijn opstijging tot de eenheid door die individueele, scheppende kracht, die de ontwikkeling van een bewustzijn genoemd wordt.

Pythagoras had het hoogste standpunt in de Egyptische priesterschap bereikt en dacht er wellicht over naar Griekenland terug te keeren, toen de oorlog met al zijn rampen over het Nijlgebied losbarstte en den ngewijde van Osiris in een nieuwen maalstroom medevoerde. Sedert lang bereidden Aziatische despotenden ondergang van Egypte voor. Hun eeuwenlang herhaalde aanvallen waren afgestuit op de wijsheid der Egyptische instellingen, op de macht der priesterschap en de geestkracht der pharao's. Doch het oude koninkrijk, toevluchtsoord der Hermesleer, kon niet eeuwig bestaan. De zoon van den veroveraar van Babyion, Cambysus, viel in Egypte met zijn ontelbare, als een zwerm sprinkhanen uitgehongerde legerscharen en maakte een einde aan de heerschappij der pharao's, een instelling, waarvan de oorsprong tot in den nacht