is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genaamde Witte Magie noemde. Pythagoras drong dus te Babyion in de geheimen der oude magie door. Tegelijkertijd aanschouwde hij in dit hol van het despotisme een grootsch schouwspel: een groep onversaagde Ingewijden verdedigden, dicht aaneengesloten op de puinhoopen der ineenstortende Oostersche godsdiensten, boven hun verwoeste en ontaarde priesterschap uit, hun kennis, hun geloof en zooveel zij konden het recht. Tegenover de despoten, gelijk Daniël in den leeuwenkuil steeds in gevaar verscheurd te worden, boeiden en temden zij het wilde beest der absolute macht door hunne intellectueele kracht en betwistten hem stap voor stap het terrein.

Na zijn inwijding in Egypte en Chaldea wist de bewoner van Samos heel wat meer dan zijn leermeesters in de natuurwetenschappen of eenig andere Griek, priester of leek, van zijn tijd. Hij kende de eeuwige beginselen van het heelal en hun toepassingen. De natuur had hare diepten voor hem geopend; de dichte sluiers der stof hadden zich voor zijne oogen vanecngescheurd om hem de wonderbare sferen van de natuur en de vergeestelijkte menschheid te openbaren. In den tempel van Neith-Isis te Memphis, in dien van Baill te Babyion, had hij heel wat geheimen leeren kennen over het verleden der godsdiensten, over de geschiedenis van vastelanden en rassen. Hij had het voor en tegen kunnen overwegen van het Joodsch monotheïsme, het Grieksch polytheïsme, het Hindoesche trinitarisme en het Perzische dualisme. Hij wist, dat al deze godsdiensten stralen waren van

6