is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gouden boog afgezonden worden," - z00als Aeschyles het uitdrukt.

Uit de dichte duisternis verschijnt Apollo op Delos; alle godinnen heeten hem bij zijne geboorte welkom; hij schrijdt voort, grijpt boog en lier; zijn krullende lokken wapperen in den wind, zijn pijlkoker rammelt tegen zijn schouders, de golven komen in beroering en het geheele eiland baadt in een zee van vlammend goud. Dit is de openbaring van het goddelijk licht, dat door zijn verheven tegenwoordigheid, orde, schoonheid en harmonie schept, die in de dichtkunst haar wonderbaren weerklank vinden. - De God begeeft zich naar Delphi en doodt met zijn pijlen een monsterachtige slang, die de streek onveilig maakte; hij brengt voorspoed en gezondheid over het land en sticht den tempel, beeld van de overwinning van dit goddelijk licht over de duisternis en het kwaad. In de oude godsdiensten stond de slang tegelijkertijd voor den noodlottigen kringloop des levens en het kwaad, dat er het gevolg van is. En toch, wanneer dit leven begrepen en onderworpen wordt, vloeit er kennis uit voort. Apollo, de slangendooder, is het symbool van den Ingewijde die zich door kennis aan zijn lagere natuur ontworstelt, haar aan zyn wil onderwerpt en door het verbreken van den noodlottigen kringloop' van stoffelijke belichaming opstijgt naar de heerlijkheid van den geest, terwijl de achtergebleven brokstukken van de menschelijke dierlijkheid zich in het stof kronkelen. Daarom is Apollo de Meester der boetedoening, der loutering van lichaam en ziel. Bezoedeld