is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij hebben zoo juist gezien, dat de^moderne physica een universeele, onweegbare kracht heeft moeten aannemen teneinde de wereld te verklaren; dat zij zelfs het bestaan ervan heeft bewezen en zoodoende zonder te weten overgegaan is tot de denkbeelden der oude theosophen. Laten wij nu trachten den aard en de werking der cosmische fluïde aan de hand der occulte wijsbegeerte van alle tijden uiteen te zetten. Want over dit hoofdbeginsel der cosmogonie is Zoroaster het eens met Heraclites, Pythagoras met Paulus, de Kabbalisten met Paracelsus. Zij is alomtegenwoordig, Cybele-Maya, de machtige Wereldziel, de bewegelijke plastische zelfstandigheid, die door den adem van den scheppenden Geest naar verkiezing bestuurd wordt. Haar etherische golven vormen een hechten band tusschen alle werelden. Zij is de groote middelares tusschen het zichtbare en het onzichtbare, tusschen geest en stof, tusschen het innerlijke en het uiterlijke heelal. Door de werking der zon tot ontzaglijke massa's in den dampkring opgehoopt, schiet zij neder als hevige bliksemstralen. Door de aarde opgeslorpt baant zij haar weg als magnetische stroomingen. Uiterst verfijnd in het zenuwstelsel van het dierlijk organisme brengt zij haar wil over aan de ledematen, haar gewaarwordingen aan de hersens. Wat meer is, deze uiterst fijne fluïde vormt levende organismen, gelijk aan de stoffelijke lichamen. Want zij maakt de zelfstandigheid uit van het astrale lichaam der ziel, lichtend omhulsel dat de geest voortdurend om zichzelf weeft. Overeenkomstig de zielen, die zij omhult