Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengt en de levende spiegel, waarin de ziel de beelden der stoffelijke en geestelijke wereld aanschouwt. Eenmaal in dit element verplaatst, is de geest van den ziener aan de voorwaarden, waaraan het stoffelijk lichaam gebonden is, ontgroeid. De maatstaf van tijd en ruimte wijzigt zich voor hem. Hij deelt eenigermate het vermogen van alomtegenwoordigheid, dat aan deze universeele fluide eigen is. Ondoorschijnende stof wordt voor hem doorschijnend; en de ziel die zich van het lichaam losmaakt en in haar eigen licht opstijgt, slaagt er door extase in in de geestelijke wereld dooi te dringen, de zielen, gehuld in haar etherische lichamen, te aanschouwen en met haar in gemeenschap te treden. Alle Ingewijden der oudheid hadden een juist begrip van dit tweede gezicht of rechtstreeksch geestelijk gezicht. Getuige Aeschyles, die den geest \an Clytemnestra zeggen laat: — „Aanschouw deze wonden, uw geest kan ze zien; in den slaap ziet de geest met veel scherper oogen; in het volle daglicht heeft het gezicht der stervelingen geen uitgestrekt veld van waarneming." —

Laten wij er bijvoegen, dat deze theorie over helderziendheid en extase wonderbaar goed samengaat met de talrijke, in deze eeuw door geleerden en doktoren langs wetenscliappelijken weg gedane proefnemingen op somnambules en helderzienden van allerlei aard.J)

T, ' bestaat zoowel in Frankrijk en Duitschland als in 3lald overvloed van lectuur van zeer ongelijk gehalte ondenveip. Wy halen hier twee werken aan, waarin

7

Sluiten