is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verval werd de zienerskunst beoefend met een godsdienstige oprechtheid en een ernst als gold het een wetenschap en dit was oorzaak, dat zij tot een werkelijk priesterambt verheven werd. Op het fronton van den tempel stond het volgend opschrift te lezen: - „Ken u zelf" - en boven den ingang: - „Geen mensch die niet rein is, mag hier binnentreden." — Deze woorden verkondigden iederen bezoeker, dat hartstochten, leugens en aardsche schijnheiligheid den drempel van het heiligdom niet mochten overschrijden en dat in den tempel de goddelijke waarheid metontzagwekkenden ernst regeerde.

Pythagoras kwam pas te Delphi na alle tempels van Griekenland bezocht te hebben. Hij had bij Epimenides in het heiligdom van den Idaeischen Jupiter verblijf gehouden, de Olympische spelen bijgewoond en de mysteriën van Eleusis geleid, waar de hiërofant hem zijn plaats had afgestaan. Overal had men hem als een Meester ontvangen. Men wachtte hem te Delphi. De zienerskunst kwijnde en Pythagoras wilde haar de vroegere diepte, kracht en invloed teruggeven. Hij kwam dus minder om Apollo te raadplegen, dan wel om de vertolkers der goddelijke kennis voor te lichten, hun geestdrift aan te wakkeren en hun kracht op te wekken. Op hen inwerken beteekende op de ziel van Griekenland inwerken en zijn groote toekomst voorbereiden.

Gelukkig vond hij in den tempel een wonderbaar werktuig, dat de Voorzienigheid voor hem bewaard scheen te hebben.