is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dadelijk na zonsopgang hield Pythagoras lange besprekingen met de priesters van Apollo, die heiligen en profeten genaamd werden. Hij verzocht, dat de jonge priesteres in den tempel toegelaten zou worden, ten einde haar in zijn geheim onderricht in te wijden en voor haar taak te bekwamen. Zoodoende kon zij de lessen bijwonen, die de Meester iederen dag in het heiligdom gaf.

Op dat tijdstip was Pythagoras in de kracht des levens. Hij droeg het witte nauwsluitende gewaad der Egyptenaren; een purperen band omsloot zijn hoog voorhoofd. Wanneer hij sprak, vestigden zijn ernstige, kalme oogen, waar een warm licht uitstraalde, zich op den toehoorder. Zijn omgeving scheen ijler en geheel en al vergeestelijkt te worden.

De bespiekingen van den wijze van Samos met de aanzienlijkste vertegenwoordigers van den Griekschen godsdienst waren allerbelangrijkst. Zij golden niet alleen voorspelling en inspiratie, maar de toekomst van Griekenland en het lot der geheele wereld. De kennis, waardigheden en vermogens, die hij in de tempels van Memphis en Babyion verworven had, gaven hem het hoogste gezag. Hij had het recht als meerdere en als leidsman tot de bezielers van Griekenland te spreken. Hij deed het met al de welsprekendheid van zijn geniaal wezen, al de geestdrift van zijn zending. Ten einde hun inzicht te verruimen, begon hij zijn jeugd, zijn strijd en zijn inwijding in Egypte te vertellen. Hij sprak met hen over Egypte, de moeder van Griekenland en oud als de wereld, onveranderlijk als een met