is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengen; dan zal een onsterfelijk licht van Griekenland uitstralen!" —

Door dergelijke gesprekken slaagde Pythagoras er in in de priesters van Delphi het bewustzijn van hun taak op te wekken. Theoclea luisterde stilzwijgend met gespannen geestdrift. Onder de gedachten en den wil van den Meester onderging haar wezen een zichtbare verandering als onder een langzame betoovering. Te midden der verbaasde grijsaards, maakte zij soms haar donkere haren los en hield ze op eenigen afstand van haar hoofd, alsof zij er vuur doorheen voelde gaan. Reeds schenen haar groote oogen in verheerlijking de beschermgeesten van zon en planeten in hun lichtende sferen en machtige schittering te aanschouwen.

Eens viel zij van zelf in een diepen, helderzienden slaap. De vijf profeten omringden haar, maar zij bleef ongevoelig voor hun stem, zoowel als voor hun aanraking. Pythagoras naderde haar en sprak: — „Sta op en ga, waar mijn gedachten u heen zenden. Want nu zijt gij in waarheid de Pythia!"

Op het hooren van haar Meesters stem doorliep een siddering haar lichaam en hief haar op. Haar oogen waren gesloten, zij zag van binnen uit.

— Waar zijt gij ? vroeg Pythagoras.

— Ik stijg hooger — steeds hooger.

— En nu?

— Het licht van Orpheus omgeeft mij.

— Wat ziet gij in de toekomst?

— Langdurige oorlogen — geharnaste mannen —