is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tieken op en neer liepen of zich in het worstelperk vermaakten. Zij noodigden hem op vriendelijken, eenvoudigen toon uit deel te nemen aan hun gesprek alsof hij een der hunnen was, in plaats van hem met wantrouwende blikken en spottend gelach van het hoofd tot de voeten op te nemen. In het worstelperk oefende men zich in het hardloopen, spies- en schijfwerpen. Men voerde ook schijngevechten uit in den vorm van Dorische dansen, maar Pythagoras had den strijd van man tegen man streng uit zijn school verbannen, zeggende dat het overbodig en zelfs gevaarlijk was, hoogmoed en vijandschap tegelijk met kracht en vlugheid aan te kweeken; dat menschen, die bestemd waren om de deugden der vriendschap te beoefenen, niet moesten beginnen met elkander op den grond te werpen of in het zand te rollen als wilde dieren; dat een ware held moedig en zonder woede moest weten te strijden en dat haat ons de mindere doet zijn van welken tegenstander ook. De nieuwaangekomene luisterde naar deze stelregels van den Meester, die door de leerlingen herhaald werden, trotsch dat zij hunne vroeg ontwikkelde kennis tegen hem konden uiten. Tegelijkertijd noopten zij hem zijn meening te zeggen en hen ronduit tegen te spreken. Aangemoedigd door deze blijken van toenadering, toonde de argelooze nieuweling weldra openlijk zijn waren aard. Blij dat hij aangehoord en bewonderd werd, redeneerde hij naar hartelust en gaf zich geheel en al. Onderwijl sloegen de meesters hem van nabij gade, zonder evenwel ooit eenige aanmerking te maken. Onverwachts kwam