is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de harmonie in den Cosmos, was reeds de voorlooper van de wet der universeele analogieën en overeenkomsten. In deze wet zetelt de grondslag der Mysteriën, der occulte leer en van elke wijs° begeerte. De geest van den leerling wende er zoodoende aan een afdruk van een onzichtbare macht te vinden op de zichtbare werkelijkheid. Algemeene regels en beknopte voorschriften openden vergezichten in die hoogere wereld. lederen morgen en iederen avond klonken de Gulden Verzen, begeleid door harptonen, in de ooren van den leerling:

ü-er d onvergankiyke Goden het eerst, naar Wet ons dat

voorschrijft;

Eer ook den eed.

Om dezen stelregel toe te lichten toonde men aan, dat de Goden, schijnbaar ongelijk, in den grond dezelfde waren bij alle volkeren, daar zij betrekking hadden op dezelfde verstandelijke en geestelijke krachten, die in het heelal werkzaam zijn. De wijze kon dus de Goden van zijn vaderland eeren, niettegenstaande hij zich van hun in wezen een denkbeeld vormde, geheel verschillend van dat der groote menigte. Verdraagzaamheid voor alle eerediensten; eenheid van alle volkeren der menschheid; eenheid der godsdiensten in de esoterische wijsheid: deze nieuwe denkbeelden begonnen zich vaag in den geest van den neofiet te vormen, als verheven goddelijkheid even aanschouwd in de pracht van een zonsondergang. En de gouden harp ging voort de ernstige leeringen te begeleiden: