is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En (eer) vervolgens bewonderenswaardige Halgoön.

Achter deze regels zag de neofiet als door een sluier de goddelijke Psyche, de menschelijke ziel, schitteren. De weg naar den hemel straalde als een bundel licht. Want de vereering van Helden en Halfgoden gaf den Ingewijde aanleiding zich in bespiegelingen te verdiepen omtrent het bestaan na den dood en het mysterie der universeele ontwikkeling. Dit groote geheim werd niet aan neofiet geopenbaard, maar men bereidde hem voor het te begrijpen, door te vertellen van een hiërarchie wezens, Helden en Halfgoden genaamd, die de menschheid vooruit zijn in ontwikkeling en nu haar leidslieden en beschermers zijn. Men voegde er bij, dat zij als tusschenpersonen dienden tusschen den mensch en de Godheid en dat hij, wanneer hij de helden- en goddelijke deugden beoefende, er met hun hulp geleidelijk in zou slagen haar nader te komen. — „Doch hoe kan men in gemeenschap treden met die onzichtbare beschermgeesten? Van waar komt de ziel en waarheen gaat zij? Waartoe dient dit sombere geheim van den dood?" — De neofiet durfde deze vragen niet uiten, maar men las ze uit zijn blik en tot eenig antwoord wezen de meesters hem op de strijders op aarde, de beelden in den tempel en de verheerlijkte zielen in den hemel „in den vurigen burcht der Goden" die Hercules bereikt had.

De kern der oude Mysteriën leerde, dat men alle Goden terug kon brengen tot den Eenen Hoogsten God. Indien deze openbaring met al haar gevolgtrekkingen