is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinde geesten. De esoterische overlevering nam aan, dat de goede geesten het liefst de aarde naderen met de zonnestralen, terwijl de kwade in het donker leven en zich 's nachts in de atmosfeer verspreiden. Het eenvoudige middagmaal bestond gewoonlijk uit brood, honing en olyven. De namiddag was gewijd aan gymnastische oefeningen en verder aan studie, overpeinzing en geestesarbeid in verband met de morgenles. Na zonsondergang deed men een gemeenschappelijk gebed en zong lofzangen ter eere van de Cosmogonische Goden, den hemelschen Jupiter, de beschermgodin Minerva en Diana, beschermster der dooden. Onderwijl brandde er storax, manna of wierook op het altaar in de open lucht en de lofzang steeg te gelijk met de zoete geuren zachtkens in de schemering omhoog, terwijl de eerste sterren zich in het bleeke azuur des hemels vertoonden. De dag werd besloten met het avondmaal, waarna de jongste iets voorlas, dat door den oudste werd toegelicht.

Zoo ging de dag der Pythagoreërs voorbij, helder als een bron, licht als een wolkenlooze morgenstond. Het jaar was ingedeeld volgens de groote astronomische feesten. Het feest ter eere van den terugkeer van den Hyperboreeschen Apollo en de plechtigheid der Mysteriën van Ceres vereenigden de leerlingen en ingewijden van alle graden, mannen en vrouwen. Men zag jonge meisjes, die ivoren harpen bespeelden, getrouwde vrouwen in purper- en saffraankleurig peplum, die om beurten door zang begeleide reien zeiden,, met al de welluidende afwisseling van strophe en antistro-