is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

phe, die het treurspel later overnam. Te midden van deze grootsche feesten, waarop de Godheid zich scheen te openbaren in de bevalligheid van lijnen en bewegingen, in de machtige melodie der koren, kreeg de neofiet als het ware een voorgevoel der occulte krachten, der almachtige wetten van het bezielde heelal, van den ondoorgrondelijken, lichtenden hemel. De huwelijken en het begrafenisritueel droegen een inniger, maar niet minder plechtig karakter. Er was één eigenaardige plechtigheid, die nooit naliet indruk te maken. Wanneer een neofiet vrijwillig de School verliet om tot het gewone leven terug te keeren, of wanneer een leerling een tot de leer behoorend geheim verraden had, wat slechts éénmaal voorkwam, richtten de ingewijden binnen de gewijde omheining een graftombe voor hem op, alsof hij gestorven was. De Meester zeide: — „Hij is meer dood dan de dooden, daar hij tot het slechte leven teruggekeerd is; zijn lichaam vertoeft onder de menschen, maar zijn ziel is gestorven; laten wij haar beweenen." — En dit graf, dat voor een levende opgericht was, vervolgde hem als zijn eigen schim en als een somber voorteeken.