is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hadden afgelegd. Pythagoras legde deze wijsheid neer in een door hem zelf geschreven boek, getiteld: hier os logos, het heilige woord. Dit boek is niet tot ons gekomen, maar de latere geschriften der Pythagoreërs Philolaüs, Archytas en Hierocles, de gesprekken van Plato en de verhandelingen van Aristoteles, Porphyrius en lamblichus, doen ons de beginselen ervan kennen. Dat zij een gesloten boek gebleven zijn voor de moderne wijsgeeren, komt, omdat men hun beteekenis en strekking slechts begrijpen kan door vergelijking met alle esoterische godsdiensten van het Oosten.

Pythagoras noemde zijn leerlingen wiskunstenaars, omdat zijn hooger onderwijs aanving met de leer deiGetallen. Maar deze gewijde wiskunde of kennis der beginselen was tegelijkertijd verhevener en zielvoller dan de profane mathesis, die alleen aan onze geleerden en wijsgeeren bekend is. Het GETAL werd niet beschouwd als een abstracte hoeveelheid, maar als de innerlijke, werkdadige eigenschap van de hoogste LENHLIT), van God, de bron der universeele harmonie. De leer der Getallen was de kennis der levende krachten, der goddelijke vermogens, die in de werelden en in den mensch, in den macrocosmos zoowel als in den microcosmos werken. - Door ze te doorgronden, afzonderlijk te beschouwen en hun wederkeerige werking te verklaren, gaf Pythagoras dus een theogonie of een door de rede gestaafde theologie.

Een ware godgeleerdheid zou de grondbeginselen van alle wetenschappen moeten verschaffen. Zij zal eerst dan de ware kennis van God zijn, indien zij de