Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goddelijken Geest, om met Hem in zijn zichtbare openbaringen op te gaan." — Dan verhief Pythagoras met krachtige, onversaagde hand zijn leerlingen boven de wereld van vorm en werkelijkheid; hij liet tijd en ruimte voor hen verdwijnen en daalde met hen af in de Groote Monade, in het inwezen van het ongeschapen Bestaan.

Pythagoras noemde die Monade het oorspronkelijke Eene vol harmonie, het mannelijk Vuur dat alles doordringt, de Geest die uit zichzelf beweegt, het Ondeelbare en het groote Ongeopenbaarde, waarvan de scheppende gedachte, het Eenigbestaande, het Eeuwige, het Onveranderlijke zich openbaren in de vergankelijke werelden, verborgen in de samengestelde dingen, die voorbijgaan en veranderen. — „Het innerlijk Wezen verbergt zich voor den mensch, zegt de Pythagoreër Philolaüs. Hij kent slechts de dingen van deze wereld, waar het eindige zich met het oneindige verbindt. En hoe kan hij ze kennen? Omdat er tuschen hemzelf en alle dingen een overeenstemming, een verband, een gemeenschappelijk beginsel bestaat; en dit beginsel wordt hun door het Eene gegeven, dat er tegelijkertijd met hun wezen het verband en de intelligentie aangeeft. Het is dit onderling verband tusschen object en subject, de oorzaak der dingen, waardoor de ziel deel heeft aan den reden van bestaan van het Eene." (')

(') In de liüogere wiskunde toont men langs aigebraïschen weg aan, dat nul vermenigvuldigd met het Oneindige gelijk is aan Een. Nul beteekent in de orde der absolute denkbeelden het onbepaalde Bestaan. Het Oneindige, in de tempels het Eeuwige genoemd, werd voorgesteld door een cirkel of door

Sluiten