is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Licht, beurtelings Maya, Isis of Cybele die, het eerst in trilling gebracht door de goddelijke bezieling, het inwezen bevat van alle zielen, de geestelijke beelden van alle wezens. Vervolgens is zij Demeter, de levende aarde en al de werelden met de lichamen die zij bevatten en waarin de zielen geïncarneerd worden. Vervolgens is zij het beeld der Vrouw, gezellin van den Man. In de menschheid vertegenwoordigt de Vrouw de Natuur en het volmaakte beeld van God is niet de Man alleen, maar de Man en de Vrouw. Vandaar de onoverwinnelijke, betooverende, onvermijdelijke aantrekkingskracht, vandaar de bedwelming der Liefde, waarin het droombeeld der eeuwige schepping zich mengt en tevens het onbestemde voorgevoel, dat het Eeuwig-Mannelijke en het Eeuwig-Vrouwelijke volmaakt vereenigd zijn in de Godheid zelf. - „Alle eer dus aan de Vrouw op aarde en in den hemel, leerde Pythagoras, evenals alle Ingewijden der oudheid, zij leert ons die verheven Vrouw, de Natuur, begrijpen. Laat zij er het heilige beeld van zijn en ons helpen om stap voor stap op te stijgen tot de groote Ziel deiWereld, die voortbrengt, in stand houdt en vernieuwt, tot de goddelijke Cybele, die de groote menigte zielen in haar mantel van licht medevoert."

De Monade stelt het wezen van God voor, de Dyade zijn scheppend of voortbrengend vermogen. Zij doet de wereld ontstaan, zichtbare openbaring van God in tijd en ruimte. Deze bestaande wereld is drievoudig. Want evenals de mensch samengesteld is uit drie verschillende, doch elkander doordringende elementen, lichaam, ziel