is toegevoegd aan je favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wanneer gij sluier na sluier oplicht en de vermogens deiGodheid zelve doorvorscht, zult gij de Triade en de Dyade vinden, zich loswikkelend uit de donkere ondoorgrondelijkheid der Monade, als een nevelvlek uit depeillooze diepten der onmetelijkheid.

Na deze korte uiteenzetting begrijpt men hetgroote gewicht, dat Pythagoras aan de drievoudige wet hechtte. Men kan zeggen, dat zij den hoeksteen der esoterische kennis vormt. Alle groote Inwijders in de verschillende godsdiensten hebben ze bewust gekend, alle theosophen hebben ze voorvoeld. Een orakelspreuk van Zoroaster zegt:

Het getal drie beheerscht het gansche heelal;

De Monade is zijn beginsel.

De ongeëvenaarde verdienste van Pythagoras ligt in het feit, dat hij deze wet met al de helderheid van het Grieksch vernuft onder woorden heeft gebracht. Hij maakte ze tot middelpunt van zijn theogonie, tot grondslag van alle kennis. Reeds omsluierd in de exoterische geschriften van Plato en geheel en al onbegrepen door latere wijsgeeren, is deze opvatting in den modernen tijd slechts door enkele Ingewijden in de occulte wetenschap doorgrond.J) Men begrijpt nu

') In de eerste plaats moeten wy hier Fabre d'Olivet noemen, (Vers dorés de Pythagore). Deze opvatting van de levende krachten in het heelal, die het van onder tot. hoven doordringen, heeft niets te maken met de holle bespiegelingen der echte metaphysici, zooals 'o.v. de thesis, antithesis en synthesis van Hegel, die als spelingen van het vernuft beschouwd moeten worden.