is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook welk een breede, stevige basis de universeele, drievoudige wet aanbood voor de indeeling der wetenschappen, voor het opbouwen der cosmogonie en psychologie.

Evenals de universeele drievoudigheid haar middelpunt heeft in de eenheid van God of in de Monade, evenzoo heeft de menschelijke drievoudigheid haar middelpunt in het bewustzijn van de Ikheid en in den wil, die al de vermogens van lichaam, ziel en geest in zijn levende eenheid samenvat. De menschelijke en goddelijke drievoudigheid, besloten in de Monade, vormt de heilige Tetractys. Doch de mensch beseft zijn eigen eenheid slechts gedeeltelijk. Want zijn wil, die op zijn geheele wezen invloed uitoefent, kan niet tegelijkertijd en met volledig bewustzijn in zijn drie organen, d.w.z. zijn lageren aard, ziel en denkvermogen, werken. Het heelal en God zelf doen zich slechts na elkaar, beurtelings weerkaatst in deze drie spiegels aan hem voor.

— 1. Gezien door den lageren aard en de steeds wisselende beelden der zinnen, is God veelvoudig en oneindig als zijn openbaringen, vandaar het polytheïsme met een onbegrensd aantal Goden. - 2. Gezien dooide verstandelijke ziel is God tweevoudig, d.w.z. geest en stof. Vandaar het dualisme van Zoroaster, de Manicheërs en van verscheidene andere godsdiensten.

— 3. Gezien door het zuiver denkvermogen is Hij drievoudig in al zijn openbaringen in het heelal, d.w.z. geest, ziel en lichaam. Vandaar de drievoudigheid in verschillende eerediensten in Indië (Brahma, Vishnou. Shiva) en zelfs de leer der Drieëenheid in het Christen-

10