is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hij leerde, dat de voornaamste beginselen in de eerste vier getallen vervat zijn, daar men alle andere door optelling of vermenigvuldiging kan vinden. Eveneens wordt de oneindige verscheidenheid van wezens, die het heelal samenstellen, voortgebracht door de verbindingen der drie oorspronkelijke krachten : stof, ziel en geest, onder de scheppende aandrift der goddelijke eenheid, die ze vermengt of afscheidt, vereenigt of tot bewust bestaan brengt. Evenals alle eerste Meesters in de esoterische kennis, hechtte Pythagoras groot gewicht aan de getallen zeven en tien. Zeven, samengesteld uit drie en vier, beteekent de vereeniging van den mensch met de Godheid. Het is het cijfer van Adepten en groote Ingewijden en daar het de volmaking van elk ding langs zeven trappen uitdrukt, staat het als symbool voor de wet der evolutie. Het getal tien, verkregen door samenvoeging der eerste vier getallen en dat het voorgaande in zich bevat, is het volmaakte Getal bij uitnemendheid, daar het alle beginselen der Godheid vertegenwoordigt, die tot volmaakte ontwikkeling gebracht en vereenigd zijn in een nieuwe eenheid.

Tot slot van zijn onderricht over de theogonie toonde Pythagoras zijn leerlingen de negen Muzen, die de drie aan drie in groepen vereenigde wetenschappen verpersoonlijkten, het uit drie eenheden bestaande drievoud, in negen werelden tot ontwikkeling gebracht, beheerschten en, vereenigd met Hestia, symbool der goddelijke Kennis, beschermgodin van het oorspronkelijk Vuur, de heilige Decade vormden.

I