is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schaar zielen van een hoogere orde zich op een gegeven oogenblik incarneert in de nakomelingen der oude soort, ten einde haar een sport hooger te doen stijgen door haar te hervormen en naar haar beeld te scheppen. Zoo verklaart de esoterische leer ook de verschijning van den mensch op aarde. Van het standpunt der aardsche ontwikkeling uit gezien, is de mensch de laatste twijg en de volmaking van alle voorafgaande soorten. Maar dit gezichtspunt kan zijn intrede op het wereldtooneel niet verklaren, evenmin als het een uitlegging zou kunnen geven van de aanwezigheid van de eerste zeewieren of het eerste schaaldier in de diepte der zee. Al die achtereenvolgende scheppingen wijzen evenals iedere geboorte op het ingrijpen in aardsche toestanden door de onzichtbare machten, die het leven geven. De wording van den mensch wijst op een voorafgaand rijk eener hemelsche menschheid, die de ontwikkeling der aardsche menschheid bestuurt en haar, als de golven van een aanwassenden vloed, steeds een nieuwen stroom van zielen zendt, die in haar incarneeren en de eerste stralen van een goddelijken dageraad doen schitteren voor de oogen van deze onevenwichtige, impulsieve, stoutmoedige wezens, die, nauwelijks aan de duisternis van den dierlijken aard ontkomen, genoodzaakt zijn voor hun leven te strijden met alle krachten der natuur.

Pythagoras, in de Egyptische tempels onderricht, had zeer nauwkeurige denkbeelden omtrent de groote wisselingen, die op den aardbol hadden plaats gegrepen. De Indische en Egyptische leer kende het bestaan