is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veranderlijk is als een luchtspiegeling. Niets vindend dat blijft, gefolterd, voortgejaagd als een blad in den wind, twijfelt zij aan zichzelf en aan een goddelijke wereld, die haar slechts smart veroorzaakt door het gevoel van machteloosheid ze ooit te zullen bereiken. De menschelijke onwetendheid staat geschreven in de tegenstrijdige verklaringen der zoogenaamde wijzen en de menschelijke droefheid in den onleschbaren dorst, die uit den menschelijken blik spreekt. En dan, hoe uitgebreid zijn kundigheden ook zijn mogen, geboorte en dood houden den mensch tusschen twee onvermijdelijke begrenzingen besloten. Twee poorten der duisternis, waardoor hij niet heen kan zien. Zijn levensvlam wordt aangestoken, wanneer hij door de eene binnentreedt ; uitgedoofd, wanneer hij door de andere heengaat. Zal het evenzoo gaan met de ziel? En zooniet, wat wordt er dan van haar?

Het antwoord, dat de wijsgeeren op dit dringende vraagstuk gegeven hebben, is zeer uiteenloopend geweest. Dat der ingewijde theosophen van alle tijden is in hoofdzaak hetzelfde. Het stemt overeen met de ziel van het heelal en het innerlijk wezen der godsdiensten. Deze hebben de waarheid slechts in door bijgeloof verwrongen of symbolische vormen uitgedrukt. De esoterische leer opent veel ruimere vergezichten en haar verklaringen staan in verband met de wetten van universeele ontwikkeling. De Ingewijden, geleerd door de overleveringen en de talrijke ervaringen op psychisch gebied, hebben tot den mensch gezegd: datgene wat in u strijd voert, wat gij uw ziel noemt,