is toegevoegd aan je favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat zij gedurende hun slaap gezien, gezegd en gedaan hebben, doch zij herinneren zich in hun slaap met volkomen juistheid, wat in den voorgaanden slaap heeft plaatsgevonden en vertellen soms zeer nauwkeurig, wat in den volgenden zal gebeuren. Zij hebben dus als het ware twee bewustzijnen, leiden twee afwisselende, totaal verschillende levens, die ieder hun rationeel verloop hebben en zich om eenzelfde individualiteit heenwikkelen als koorden van verschillende kleur om een onzichtbare spil.

Het heeft dus een zeer diepe beteekenis, dat de ingewijde dichters der oudheid den slaap den broeder van den dood genoemd hebben. Want de sluier der vergetelheid ligt tusschen slapen en waken, zooals tusschen geboorte en dood en evenals ons aardsch bestaan verdeeld kan worden in twee eeuwig wisselende toestanden van slapen en waken, zoo wisselt de ziel in haar eindelooze cosmische ontwikkeling tusschen incarnatie en geestelijk bestaan, tusschen een leven op aarde en in den hemel. Die gedurige overgang van het eene gebied van het heelal naar het andere, die omkeering der polen van haar wezen, is niet minder noodzakelijk voor de ontwikkeling der ziel dan de wisseling van slapen en waken noodig isvoorhetstoffelijk leven van den mensch. Bij onzen overgang van het eene bestaan naar het andere hebben wij de Lethe noodig. In ons tegenwoordig leven verbergt een heilzame sluier verleden en toekomst. Doch de vergetelheid is niet volkomen en soms dringt het licht door den sluier heen. De aangeboren ideeën bewijzen op zichzelf reeds