Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit toewijding. Hoe verhevener de ziel is, hoe meer zij in haar incarnaties het helder, onvernietigbaar bewustzijn bewaart aan het geestelijk leven, dat zich achter onzen aardschen horizon uitstrekt, dezen met een sfeer van licht omhult en zijn stralen in onze duisternis uitzendt. De overlevering verklaart zelfs, dat de Inwijders van den eersten graad, de goddelijke boodschappers der menschheid, zich hun vorige levens op aarde herinnerden. Volgens de legende had Gautama Boeddha, Qakya-Mouni, in geestvervoering den draad die door zijn vorige levens heenliep, gevonden en men verhaalt van Pythagoras, dat hij door een bijzondere gunst der Goden, zooals hij zeide, zich eenige voorgaande bestaanstoestanden herinnerde.

Wij hebben gezegd, dat de ziel door haar reeks levens heen achter- of vooruitgaan kan, naarmate zij zich aan haar lagere of goddelijke natuur overgeeft. Daaruit kan men een belangrijke gevolgtrekking afleiden, waarvan het menschelijk bewustzijn de waarheid altijd met vreemde ontroering gevoeld heeft. In elk leven valt strijd te voeren, zijn er keuzen te doen, beslissingen te nemen, waarvan de gevolgen onberekenbaar zijn. Maar op den opwaartschen weg van het Goede, die een aanzienlijke reeks incarnaties in beslag neemt, moet er eens een leven, een jaar, een dag, een uur misschien aanbreken, waarop de ziel tot het volle bewustzijn gekomen van Goed en Kwaad zich door een laatste, alles-overtreffende inspanning tot een hoogte kan opheffen, die zij niet meer behoeft te verlaten en vanwaar de weg over de toppen der ontwikkeling

Sluiten