is toegevoegd aan je favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan te nemen, dat langs de planeetketen, d.w.z. dooide achtereenvolgende ontwikkelingen van onze menschheid op andere planeten, de belichamingen meer en meer etherisch zullen worden, zoodat zij geleidelijk zullen naderen tot den zuiver geestelijken toestand, tot die zoogenaamde achtste sfeer, die buiten den kringloop van geboorte en dood ligt en waarmee de theosophen der oudheid den goddelijken staat aanduidden. Het is ook natuurlijk, dat, daar alle wezens niet door hetzelfde krachtig streven bezield worden en vele onder weg achterblijven of terugvallen, het aantal uitverkorenen in deze ontzaglijke opklimming steeds afneemt. Wij met ons bekrompen, aan de aarde gebonden verstand worden duizelig bij het denkbeeld aan die opklimming, doch de hemelsche geesten beschouwen ze zonder vrees, zooals wij één enkel leven beschouwen. Staat de evolutie der ziel, zóó opgevat, niet in het nauwste verband met de eenheid van den Geest, dat beginsel aller beginselen, met de gelijksoortigheid in de Natuur, die wet der wetten, met de voortduring van beweging, die kracht der krachten? Gezien door de doorzichtige middenstof van geestelijk leven, vormt een zonnestelsel niet alleen een stoffelijke bewerktuiging, maar een levend organisme, een hemelsch koninkrijk, waarin de zielen van wereld tot wereld overgaan gelijk de goddelijke adem, die het bezielt.

Wat is dus volgens de esoterische leer het einddoel van den mensch en de menschheid? Is er na zooveel leven en sterven, wedergeboorten, toestanden van rust en pijnlijk ontwaken, een einde aan den zwaren arbeid