is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Psyche? Ja, zeggen de Ingewijden, zoodra de ziel beslist de stof overwonnen heeft, zoodra zij met de ontwikkeling van al haar geestelijke vermogens in zichzelf den grondslag en het einde van alle dingen gevonden heeft, zal zij, daar incarnatie nu voor haar niet meer noodig is, deel uit maken van het Goddelijk Bewustzijn door haar volmaakte vereeniging met den Goddelijken Geest. Daar wij ons nauwelijks eenig begrip kunnen vormen van het geestelijk leven der ziel na ieder aardsch bestaan, hoe zouden wij ons dan dit volmaakte leven, dat op de geheele reeks geestelijke bestaanstoestanden volgen moet, kunnen voorstellen ? Deze hemel der hemelen zal tot de voorafgaande gelukzaligheid staan, als de Oceaan tot de stroomen, die zich in hem uitstorten. Yoor Pythagoras bestond de goddelijke verheerlijking van den mensch niet in het verzinken in onbewustheid, doch in scheppende werkdadigheid in het hoogste Bewustzijn. De ziel, die zuiver geest is geworden, verliest haar individualiteit niet, zij voltooit die, daar zij zich vereenigt met haar oerbeeld in de Godheid. Zij herinnert zich al haar vroegere bestaanstoestanden, die haar evenzoovele sporten toeschijnen tot het bereiken der plaats, vanwaar zij het heelal omvat en doorgrondt. Dan is de mensch niet mensch meer, zooals Pythagoras zeide, hij is een Halfgod geworden. Want hij weerkaatst in zijn geheele wezen het onuitsprekelijk licht, waarmee de Godheid de onmetelijke ruimte vervult. Voor hem is kennis macht, liefhebben scheppen; voor hem is bestaan: uitstralen van waarheid en schoonheid.