is toegevoegd aan uw favorieten.
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderricht had niet ten doel den mensch geheel door bespiegeling of geestvervoering in beslag te nemen. De Meester had zijn leerlingen rondgeleid in de onmetelijke sferen van den Cosmos en was met hen in de afgronden van het onzichtbare afgedaald. De ware Ingewijden moesten van die ontzettende reis beteren krachtiger op de aarde terugkeeren, meer gehard tegen de beproevingen des levens.

Op de inwijding van het verstand behoorde die van den wil te volgen, de moeilijkste van alle. Want de leerling moest nu de waarheid in het diepst van zijn wezen laten bezinken en ze gebruiken in de praktijk des levens. Teneinde dit ideaal te bereiken, moest men volgens Pythagoras drie eigenschappen bezitten: waarheid ten opzichte van het verstand, kracht ten opzichte van de ziel, reinheid ten opzichte van het lichaam. Een wijze hygiëne en bepaalde onthouding moesten de lichamelijke reinheid verzekeren. Zij werd vereischt, niet als doel, maar als middel. Alle lichamelijke onmatigheid laat een spoor en als het ware een smet achter in het astraal lichaam, levend organisme van de ziel en vervolgens in den geest. Want het astraal lichaam werkt mede in alle handelingen van het stoffelijk lichaam; zelfs kan men zeggen, dat het astraal lichaam ze uitvoert, daar het stoffelijk lichaam zonder hem slechts een levenlooze massa zijn zou. Het lichaam moet dus rein zijn, opdat de ziel dit evenzoo zij. Vervolgens moet de ziel door voortdurende voorlichting van het verstand, moed, verloochening, toewijding en trouw, in één woord deugd aankweeken en er een tweede