is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van elkaar gelijk de sterren aan den hemel. (') Het spreekt vanzelf, dat deze laatste afdeeling boven alle regels en elke indeeling verheven is. Maar een maatschappelijke regeling, die geen rekenschap houdt met de eerste drie klassen en niet aan ieder de voor haar passende werkzaamheid en de noodige hulpmid" delen ter ontwikkeling verschaft, is slechts een uiterlijke vorm en niet levensvatbaar. Zeker is het, dat in overoude tijden, waarschijnlijk in het Vedische tijdperk, de Brahmanen in Indië de maatschappelijke kastenindeeling instelden, gegrond op het drievoudig beginsel. Maar langzamerhand ontaardde deze uiterst juiste en heilzame indeeling in een voorrecht van de priesterschap en de aristocratie. Het beginsel van roeping en inwijding maakte plaats voor dat van erfelijkheid. De gesloten kasten versteenden tenslotte en de onherroepelijke ondergang van Indië was er het gevolg van. Egypte, dat onder alle Pharao's de drievoudige instelling met de veranderlijke en voor een ieder openstaande kasten, het beginsel van inwijding, toegepast op de priesterschap en dat van proefafleggen voor alle burgerlijke en militaire ambten, behield, bestond vijf- a zesduizend jaar zonder deze instelling te wijzigen.

Wat Griekenland betreft, zijn veranderlijke aard deed het achtereenvolgens ten prooi vallen aan de aristocratie, de democratie en ten slotte aan de tirannie.

!) Deze indeeling der menschheid komt overeen met de vier graden in de inwijding der Pythagoreërs — en vormt de kern van alle inwijdingen, zelfs van die der eerste Vrijmetselaren, die eenige brokstukken der esoterische leer bezaten.... Zie Fabre d'Olivet, Les Vers dorés de Pythagore.