is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

conventies en de maatschappelijke instellingen tegengewerkt worden. Vandaar de verhoudingen vol stormachtige tooneelen, moreelen ondergang en noodlottige ontknoopingen, waarover de moderne roman en het moderne tooneelstuk bijna uitsluitend handelen. Het schijnt dat de man, die alles moede is, die God niet vindt in de wetenschap noch in den godsdienst, wanhopig tracht Hem te vinden in de vrouw. En hij heeft gelijk, maar eerst door inwijding in de groote waarheden zal Hij het goddelijke in Haar vinden en Zij in Hem. Tusschen deze zielen, die elkander niet kennen, die zichzelf niet eens kennen en soms met een vloek op de lippen van elkaar gaan, bestaat een eindeloos verlangen geheel in elkaar op te gaan en in deze samensmelting het onbereikbare geluk te vinden. Dit wanhopig zoeken is ondanks de uitspattingen en afdwalingen, die er dikwijls het gevolg van zijn, noodzakelijk, want het vindt zijn oorsprong in het onbewust Goddelijke. Het zal een middelpunt van levenskracht zijn, waaruit het gebouw der toekomst zijn kracht zal putten. Want zoodra de man en de vrouw zichzelf en elkander gevonden hebben door innige liefde en door inwijding, zal van hun vereeniging een lichtende scheppende kracht bij uitnemendheid uitgaan.

De psychische liefde, de liefde-hartstocht der ziel heeft dus pas sinds korten tijd haar intrede gedaan in de letterkunde en daardoor in het universeel bewustzijn. Maar zij heeft haar oorsprong in de oude inwijding, doch daar zij een uiterst groote zeldzaamheid was, doet de Grieksche letterkunde haai- nauwe-