Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tochtelijkeliefde voor den Meester haar hait binnendringen.

Pythagoras had geen moeite gedaan haar voor zich in te nemen. Zijn liefde behoorde aan al zijn leerlingen. Hij dacht slechts aan zijn School, aan Griekenland, aan de toekomst der wereld. Evenals vele groote Adepten had hij de vrouw opgegeven, om zich geheel aan zijn werk te wijden. De toovermacht van zijn wil, het geestelijk bezit van zooveel zielen, die hij gevormd had en die aan hem verknocht bleven als aan een geliefden vader, de mystieke wierook van al die onuitgesproken liefde, die tot hem opsteeg en de heerlijke stroom van menschelijke sympathie, die de Pythagoreesche broeders verbond,- dat alles nam de plaats in van zingenot, geluk en liefde. Maar eens op een dag, dat hij alleen in den grafkelder onder den tempel van Proserpina de toekomst van zijn School overpeinsde, zag hij het schoone meisje, met wie hij nog nooit een afzonderlijk gesprek gevoerd had, ernstig en vastberaden naderen. Zij wierp zich voor hem op de knieën en zonder haar ter aarde gebogen hoofd op te heffen, smeekte zij den Meester, - die alles vermocht! - haar te bevrijden van een onmogelijke, ongelukkige liefde, die haar naar lichaam en ziel verteerde.Pythagoras wildeden naam weten van hem dien zij liefhad. Na lang aarzelen bekende Theana, dat hij het was, maar dat zij zich tot alles bereid aan zijn wil zou onderwerpen. Pythagoras antwoordde niet. Door zijn stilzwijgen aangemoedigd, hief zij het hoofd op en wierp hem een smeekenden blik toe, waaruit al de levenskracht en zieleheerlijkheid als offer aan den Meester spraken.

Sluiten