is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drie uur in den nacht. Tot twaalf uur is het straatleven zeer sterk en neemt dan geleidelijk af. Ik spreek natuurlijk alléén van de hoofdstraten.

Iedere stad heeft zoo zijn punt waar 's avonds de menschen elkaar gaan zien. De vergelijking dier straten onderling is van groot belang om de physionomie der steden te leeren kennen. Het opkomen en geleidelijk afnemen van het avond-straatleven zijn voor een reiziger zeer belangrijk. Wanneer men na aankomst in een vreemde stad zijn hotel en en kamer gevonden heeft, men op den drempel staat van het hotel en de straat inkijkt, is het eene zonderlinge en kostelijke gewaarwording voor het passeerende onbekende te staan en is de eerste vraag aan den portier: waar is hier het hoofdleven? Men vraagt den weg er heen en ja men voelt het, wanneer men het niet van te voren wist: „Hier is het." Op dat oogenblik zijn alle gezichten belangrijk; men kijkt en wil doorgronden en langzaam vormt zich uit al die stappende beenen en bewegende armen en kijkende oogen een beeld van de stad, waarin men is. Die eerste indruk blijft vaak voor altijd en kan moeilijk uitgewischt worden.

Amsterdam heeft de lijn van af het begin van den Nieuwendijk, Kalverstraat, Reguliersbreestraat, Utrechtschestraat tot aan het Paleis voor Volksvlijt: de zoogenaamde koninklijke weg voor de pretmakers en hollandsche viveurs.

Het levensbrandpunt van Brussel is de omtrek der Galerie St. Hubert. Dat van Parijs ligt tusschen de