is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij is verbrand, verschroeid, die stad door zon en door ouderdom weggevreten op plekken hier en daar. Als een vloek ligt ze daar op een rots in een troostelooze jammerende naaktheid. Kaal en verschroeid steken de rotsen hun geweldige blokken in de hoogte rondom deze oude koningin der steden, die niet meer kan weenen over haar verlatenheid. De tijd heeft haar gevloekt en zij is tot steen geworden. Er om heen kronkelt de gele, troebele Tajo tusschen de lagere rotsen ijlend in vluggen sterken stroom, bruischend, dragend veel morsig schuim.

Met een macht, met een macht staat in het midden van de stad, niet op een open deftige plaats, maar midden dicht bij de huizen, de cathedraal.

Een hoogmis was er juist. Naar het priesterkoor (dat in de Spaansche kerken altijd midden in de kerken staat) gingen de priesters en de kanunniken, gebogen oude mannetjes, klein, zoo klein onder de hoogstijgende gewelven, waarboven geheimzinnig de kleuren der vensters speelden de heerlijkste symphoniën van rood en geel en blauw, alles door eeuwen felle zon gecomponeerd tot een orkest van stille visioenen, geleidelijk opgevaagd, tintelend en gloeiend uit de onuitleschbare voortijden, gele en roode rozen bloeiend van Spaansche grootheid, weggerezen van deze aarde, waar de kleine oude kanunniken met gebogen kale hoofdjes psalmodieerden in verward en valsch gezang.

Naast me zat op de knieën op de steenen een jong