is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouwtje. Was het een kind, was het een jongmeisje? ik verstond haar gezicht niet. Zij bad, op haar bleeke lippen beefde het gebed, spoog het gebed als een bron van zuiverheid ten hemel. Zij scheen een fontein van liefde, een brand van liefde die gloeide en vonkte en opsloeg uit de diepte, stil brandde, vlamde, ruischte in dit park van Gods glorie. Zij was zoo mager en zoo bleek en haar wangen glansden als zuiver parlemoer. Zij was doorzichtig haast en somtijds was 't of als een wit heilig vuur, een licht ontbrandde in haar lichaam, zoo wit dat een roode en gele vlam er heiligschennis zou bij zijn geweest. De golven van het orgel sloegen door het wijd heelal van den zwaren dom en dreunden tegen de vierkante pilaren der koepel; koorknapen zongen met de priesters. Zij schrok dan telkens als in de zee iemand, die baadt voor den golfslag schrikt. Ik zal haar nooit vergeten, zooals ze daar op den grond lag. *) Ik zal haar nooit vergeten in dien donkeren dom dat teere vrouwtje, dat fijne zwakke meisje te midden van al die zware steenen in dien duisteren hoogen dom. Misschien was ze een heilige. Want waar zou men anders nog heiligen vinden, dan alléén in Spanje? En waar zouden ze beter wonen dan in Toledo?

En toch ziet men in de slecht verlichte straten des avonds hier en daar een man in een mantel gehuld, dezelfde soort mantel dien Don Juan op het tooneel

*) In de Spaansche kerken zijn geen banken of stoelen.