Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve het koninklijk paleis is er geen werkelijk indrukwekkend gebouw. Dit laatste is monumentaal en al is het niet rijk aan versiering, het heeft iets grootsch.

Het merkwaardige van Berlijn zijn zijn zoogenaamde bierpaleizen. Enorme koffiehuizen steeds gevuld met etende en vooral drinkende bezoekers. Vrouwen en mannen voeren er hun familieleven verder, wanneer het hun thuis verveelt. In wolken van sigarenrook gaan de gesprekken en klinkt het lachen, vliegen de kelners met de schuimende glazen en kruiken. Stroomen menschen gaan uit en komen binnen. Het scherpe electrische licht, dat in alle hoeken is aangebracht, doet alle gebaren zichtbaar worden en verhoogt de illusie dezer drukte. De meeste bierlokalen zijn paleisachtig. Flikkerende spiegels en goud, goud en nog eens goud, met naakte vrouwen beschilderde wanden en rijk gestoffeerde zolderingen. Enkelen zelfs pronken met bordeelachtigen wansmaak. Wanneer men vroeger koning Gambrinus in de een of ander armoedige kroeg zag hangen, dan hechtte men daaraan geen beteekenis. In Berlijn schijnt hij meer tot de werkelijkheid te naderen. Het vloeiende brood, zooals de Duitschers het bier noemen, groeit steeds in macht. Frankrijk begint reeds er onder te geraken en wie weet of Italië niet ook nog eenmaal zal volgen. Het koffiehuis of kroeg is zeker eene even ingrijpende evolutie in de geschiedenis der Europeesche menschheid als de sporen en de telegraaf. En wanneer ik de drie voornaamste elementen moest opnoemen, die op de menschheid der

Sluiten