Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou noemen, De „Méditations" en „Harmonies" zijn met eene sneeuwwitte serafijneveder geschreven, terwijl Baudelaire zijne pen doopte in het bloed van den gevallen satan. Zoo Hugo's lied als stormgeloei en donderslag in reuzenwouden davert; zoo Racine's gemijterde verzen als de slag van gouden hoogepriestersstaven op de marmertrappen der tempels weerklinken, de taal van Baudelaire is die van den hemelbestormer Lucifer, wanneer hij uit de hemelzalen naar beneden stort in de sissende vlammen.

Mogen we nu den dichter van onzedelijkheid beschuldigen ? We zien ons verplicht ten slotte deze vraag te doen. Wij kunnen daarop gerust antwoorden : Neen. Zijn boek heeft geen onzedelijke strekking. Wij kunnen daarvoor zijne eigene getuigenis aanvoeren welke hij in eene noot heeft nedergelegd : Plusieurs morceaux non incriminés réfutent les poèmes incriminés. Un livre de poésie doit être aprécié dans son ensemble et par sa conclusion." Het zou gerust als motto kunnen dragen het oude: Video meliora proboque, deteriora sequor.

Zooals ze daar voor ons liggen zijn „Les fleurs du mal" eene bekentenis, dichterlijker, ik zal niet zeggen genialer, dan die van Rousseau, in blinkende verzen aan de menschheid tentoongesteld. Na ons getoond te hebben de ijdelheid aller menschelijke pogingen en genoegens, walgt hij eindelijk van le spectacle ennuyeux de 1'immortel péché, en zijne moedige doch verwerpelijke conclusie is deze :

Sluiten