Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Paul de geheele stad rond om zijn nieuw werk te doen aannemen, maar tevergeefs : zijn naam en zijn succes zijn vergeten. Adèle, zijn vrouw, die een model van een goed Fransch vrouwtje is, maar weinig aan de kunst denkt en ook weinig vertrouwen heeft in het talent van haar man, wil dat hij een betrekking zoeke op een kantoor. Hij vindt zoo iets de ondergang van zijn kunst, maar om zijn ouders te ondersteunen en zwichtend voor de verstandige burgerlijke redeneeringen van Adèle gaat hij er toe over. Hij verdient op dat kantoor honderd vijf en twintig francs in de maand. Hij zal zijn avonden vrij hebben en zijne toekomstige meesterstukken zal hij componeeren des avonds na den eten en des noods tot laat in den nacht, denkt hij. Maar daar komt ten slotte niets van. Hij wordt zeer vermoeid door de vervelende kantoorbezigheden, gaat vroeg naar bed en zegt telkens : „morgen zal ik werken."

Zoo raakt hij hoe langer hoe meer uit de inspiratie, die somtijds ongevraagd en ongeroepen hem naar het hoofd schiet en „in zijn wangen trilt, wanneer hij bezig is in zijn betrekking cijfers te groepeeren en samen te tellen. Dan verdwijnt wederom elke lust tot produceeren en hij gaat door met cijferen en rekenen. Dit ook doet hij slordiger en slordiger, en hij krijgt menig standje van zijn patroons. Zoo wordt zijn bestaan grijzer en grijzer en de blinkende droombeelden van vroeger gaan verder en verder afstaan en schijnen onbereikbaarder dan ooit.

Sluiten