is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als ik in de plaats van mijnheer was, zou ik een roquefort nemen.» Zoo spreekt de kellner.

,Nou, geef dan maar een roquefort.»

Die kaas is natuurlijk even slecht als het vorige en zoo zit hij alléén te eten aan een tafel, waar eenige leêge wijnflesschen op staan, die blauwe rondjes op

het tafellaken afteekenen.

Als hij gedaan heeft, neemt hij zijn parapluie en terwijl hij de deur opent, wordt zijn rug nog door den kellner gesalueerd. Hij loopt zoo gauw als hij kan naar huis. Daar had hij gehoopt vuur te vinden,

want het is koud.

Maar de concierge, die daarvoor zorgt, heeft het

vergeten.

Hij neemt zijn lamp, daar is weinig olie in en de pit is verkoold. Zijn cigarettentabak is nat en wil niet branden. Zoo zit hij daar. Dat is zijn leven van iederen dag.

Op slot van zaken, zegt hij, is de eenzaamheid toch triestig terwijl hij één voor één stukjes cokes op het vuur legt, dat hij heeft aangemaakt. En hij dacht aan zijn vroegere vrienden. Het huwelijk breekt toch geheel den omgang. Men had het zelfde leven geleid, te samen was men vaak geweest en nu groette men elkaar nauwelijks, wanneer men elkaar ontmoette. De getrouwde vriend is altijd een weinig gegeneerd, want hij heeft den omgang verbroken en hij denkt, dat de ongetrouwde in stilte over zijn getrouwd zijn lacht. Hij weet te goed dat hij den omgang met zijne vrouw