is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar moest een eind aan komen, dat kon niet langer. Folentin nam al zijn moed te zamen en joeg haar weg.

Zijn leven werd er niet beter op en op een avond bekende hij aan zich zeiven, dat hij overwonnen was. Hoe zeer hij ook aan het huwelijk het land had gehad, hij verlangde nu getrouwd te zijn. Parbleu! waarom niet ? Ik zou doen, zooals de anderen, 's Avonds zou ik bij mij thuis nog copieerwerk doen, opdat mijn vrouw zich beter kon kleeden. We zouden ons op het eten bekrimpen. 'T zou wat anders zijn het gezonde eten dooi mijn vrouw klaar gemaakt, mijn linnen in orde.

Maar het is te laat. Ik heb mijn leven verkwist. Het beste wat ik op het oogenblik kan doen is, naar bed gaan. En terwijl hij zijne kussens rangschikte en de lakens opende, loofde hij in zijne ziel de weldaden van het vredebrengende bed.

De volgende dagen duurde de droefenis van mijnheer Folentin voort. Hij was niet in staat tegen zijn spleen in te gaan. Onder den regenachtigen hemel ging hij naar zijn bureau, ging om negen uur 's avonds naar bed. En iederen dag was zijn leven hetzelfde. Zoo verviel hij langzaam tot eene volmaakte verstomping van geest.

Op een frisschen wintermorgen, dat de zon vroolijk de ijsbloemen van zijn bevroren vensterglazen verguldde, voelde hij zich weer eens opgeruimd en dacht hij alle droefenis achter den rug te hebben.

Na lang delibereeren over wat hij nu eens zou gaan doen, viel hem te binnen, dat hij zijn restauraties meer