is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zoo mijnheer Folentin !

En zij vertelden elkaar waar zij dineerden. Mijnheer Martinet beweerde eene uitstekende table d'hóte gevonden te hebben en hij wilde dat bolentin daar eens moest komen dineeren. Voortreffelijk gezelschap, zindelijk, goed vleesch enz.

Ongaarne liet Folentin zich overhalen en het viel hem waarachtig niet meê. Zij moesten om te beginnen een half uur wachten vóór zij plaats konden krijgen. Dan was het er een rook om geen adem te kunnen halen . . . Een geweld en geschreeuw van luidruchtige gasten. Vlakken van sausen illustreerden het tafellaken. Osschenvleesch als leder, flauwe groenten.

Bij het uitgaan zei Martinet:

Voortreffelijk eten niet waar ?

Zij namen van elkaar afscheid en bolentin zwoer bij zich zeiven Martinet nooit meer terug te zien.

Hij had er genoeg van. Hij voelde zelf eene groote tevredenheid, dat hij kon dineeren, waar hij goed vond ; dat voor zich zeiven te zijn toch beter is, dan te moeten praten met menschen, wier meeningen men in het geheel niet deelt. En hij stelde zich zeiven voor de treurige waarheid, dat men geen nieuwe vrienden moet zoeken en men zich aan de eenzaamheid gewennen moet, wanneer de oude vrienden zijn verdwenen.

Daarna trachtte hij zich in zich zeiven op te sluiten, op alles te gaan letten en uit alles voor hem zeiven conclusies te trekken. Hij ging dineeren in een stil café, waar alléén oude heeren en oude dames zaten