is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gauw tevreden, zij zeiden hout is hout, steen is steen, vleesch is vleesch en daarbuiten is er niets.

Voor de literatuur is de tegenwoordige toestand in Europa zeer bedenkelijk. Er is geen factor meer, die in staat is iets grootsch te doen voortbrengen. We hebben niets meer te zeggen. De godsdienst wekt weinig geestdrift meer en toch kon die godsdienst werken opzenden naar het licht der onsterfelijkheid als Paradise lost en de Divina Comoedia. Wij generatie die nu 30—40 jaren telt, wij hebben het slecht getroffen. Wij hebben alleen de opkomst van het socialisme, van de electriciteit en het dynamiet beleefd. Maar kunnen wij dichters of prozaschrijvers er iets mee doen?

Dat is niet waarschijnlijk.

In het land, dat men gerust het eerste in de literatuur kan noemen, hebben de reuzendichters als Hugo en Lamartine plaats gemaakt voor Stéphane Mallarmé, Paul Verlaine en Jean Moreas, die enkele voortreffelijke stukjes hebben gemaakt, vlekkeloozer zeker dan de meeste voortbrengselen der twee eerstgenoemden, maar minder grootsch. Hugo is bont van vlekken maar hij heeft de huid van een tijger, terwijl Moreas en Verlaine slechts vlekkelooze katten zijn bij hem vergeleken. Men vergete het niet: Hugo en Lamartine zijn reuzen. Ik zal niet zeggen dat Verlaine en Moreas dwergen zijn, maar de verzen van Verlaine zijn houten degens bij de blinkende bajonetten van Baudelaire, zijn meester, en de gedichten van Moreas zijn geknutselde tuintjes

8