Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de Nederlandsche, zoo constateert Dr. Fastenrath, niet. Onze dichters hebben den man weinig bewonderd, naar het schijnt, niet veel over gehad voor hem, die het eerst door den Oceaan midden door dorst varen. Het is wel curieus, dat noch de 17de noch de 18de eeuwsche nederlandsche literatuur aan den vermaarden zeevaarder heeft oredacht. De zee was toch het domeinvan Oud-Holland.

O

Van oudsher bestond er in de menschheid een geloof aan het bestaan van een groot eiland aan genen kant van de zeeëngte van Gibraltar. Plato spreekt aldus ongeveer in zijn Timaeos. „Aan gene zijde van de „zeeëngte, die gij de Zuilen van Hercules noemt, was „een eiland, grooter dan Lybië en Azië. Van dit eiland „kon men gemakkelijk naar de andere en van deze „naar het vasteland komen, dat de binnenzee omsluit. .. „Het is een ware zee en de aarde, die ze omgeeft, is „ook een waar continent. Op het eiland Atlantis regeerden koningen met groote, wonderbaarlijke macht. „Zij hadden het geheele eiland, zoo ook verschillende „kleinere eilanden en eenige streken van het continent „onder hunne macht. Dan regeerden zij aan dezen kant „van de zeeëngte, over Lybië tot Egypte en over „Europa tot Tyrrhenië. . . . Daarna verdelgden groote „aardbevingen en overstroomingen in één dag en in „één noodlottigen nacht alle krijgers van Griekenland; „het eiland Atlantis zonk in de zee en zoo is sinds „dien tijd dat water ontoegankelijk en niet te bevaren „wegens de groote hoeveelheid slik, die daar op de „plaats van het gezonken eiland is gebleven."

Sluiten