Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedacht. Dit is een goed teeken, zoowel voor den vader als den zoon.

Het was in 1882 of 1883 dat de militaire begrafenis in den Salon te Parijs de aandacht trok niet alléén, maar de menschen verwonderd deed stilstaan voor het werk van een achttienjarige. Men geloofde het nauwelijks. Daar lag in dat werk eene magistrale netheid en preciesheid zonder kleindoenerij, die meer op de lucide vastheid en ingehouden zekerheid van een rijp talent dan op een zoo jongen artiest wees. De breede zwaai was er niet, maar men dacht er niet aan, dat hier slechts de eerste voorzichtige stappen werden gedaan voor eene ruime carrière. Eene nette, scherpe visie der dingen, duidelijke en heldere lijnen, die in hunne onderlinge werkingen het leven deden vonken en toon en droom bijna deden verdwijnen. Daar stonden zij, de blauwe soldaten in het winternaakte bosch bij de groeve van den kameraad. De dorre hopeloosheid van dit levenstooneel sloeg den toeschouwer met bevredigende waarheid. Albert Wolf, indertijd de grootmacht der kritiek, stak de loftrompet en in heel Europa was onze landgenoot bekend. Weldra wist men, dat men bij den jongen schilder met een soort wonderkind had te doen, dat niet alleen kleur en lijn wist te besturen, maar een intelligent kenner was van de meeste Europeesche literaturen, iemand, die op zestien jaar Dante en Leopardi had gelezen in het Italiaansch en uit Cervantes geheele volzinnen van buiten kende, die Russisch kon verstaan en Horatius in het Latijn opdreunen.

Sluiten