is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pas gearriveerd in Spanje staat Israels op het balcon van zijn hotel in San Sebastian.

„Daar stond ik; kinderlijk verheugd was ik hier te zijn en daarom vond ik alles merkwaardig, wat zich aan mijn oog voordeed, en verbeeldde mij in de langs mijn balcon voorbijtrekkende carretero met zijn langen houtwagen en kolossale trekossen eene eerste Spaansche processie te zien, die aan mij voorbijging. De drijver, een lange zwarte kerel in nauw gestreepte kleeding, was blootshoofd en barrevoets, zijne linkerhand steunde op het vooruitstekende wagenstel en in de andere zwaaide hij eene lange zweep, waarmeê hij allerlei kronkelingen in de lucht beschreef en een wakker zweepgeklap deed hooren. Hem volgden op den voet de zware ossen. Zij zijn zoo opvallend groot en log, dat men ze, als zij soms voor eene herberg stilstaan, waar de vrachtrijder iets te maken heeft, met aandacht beschouwt, of er eenige beweging in deze massa te bespeuren valt. Oogen ziet men niet, zij zijn verborgen onder een wilden haardos, die van het voorhoofd neerhangt en waar doorheen twee groote gedraaide

o OO

horens dreigend te voorschijn treden. Uit hunne wijde neusgaten stijgt duidelijk een warme damp naar boven, de zware romp rust op korte pooten en breede hoeven en alles herinnert door de onbewegelijkheid en steenkleur aan Egyptische godendieren.

„Thans echter bewoog zich deze massa voorzichtig stap voor stap achter den klappenden drijver, waarachter het zwaar getimmerde wagenstel met de trillende

O O