Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

indien ik dit talent in Nederland nog zeldzamer noem.

Niet dat ik het met zijne bij hem vaststaande onveranderlijke meening onvoorwaardelijk altijd eens ben, maar zijne meening doet mijne oogen altijd van attentie open gaan, al spreekt hij nu en dan eene spraak, die de mijne of de uwe niet is. Dit is het beste wat een schrijver kan bereiken: te schrijven zonder phrases, zonder „words words", steeds elk woord te vullen met zware beteekenis.

Van Deyssel is boven alles een suggestief auteur. Hij is het door de aaneengesloten slagorde zijner agressief oprukkende woordenphalanxen, door het helder zichtbare spel zijner ideeëntaktiek. Zijne taal is geen orakeltaal, waaraan twee of drie uitleggingen kunnen worden gegeven, maar eene machine, van wie elk rad en onderdeel zijne vaste werking heeft, maar eene delicate machine, waarbij elk stofje van drukfout of bijvoeging storend zou werken.

Bij een boek als dit doet de recensent het best te zwijgen en naar den auteur zelf te verwijzen. Ontleding van brokken of kritiek op deze kritieken zou nutteloos zijn. Hier en daar eene greep doende, vind ik die voortreffelijke causerie over Parijs, waar de auteur, over de Place de la Concorde sprekende, „vooral superieur" is, noemt hij ze toch zelf „superieure" causerie. Fonteinen, zegt hij daar, „geven aan eene stad een „bizonder cachet van weelde en welgemanierdheid, zij „zijn als de doekspelden en de manchetknoopen van „het toilet eener stad. De waterversieringen zijn de

Sluiten