is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit is nu niet zoo maar eene greep op goed geluk af, maar mij dunkt zoo eene passage karakteristiek voor eene van de vele zijden van zijn talent. Want dit is veelvuldig en mij is in geene enkele taal een auteur bekend, die er met opzet, zooals hij, als het ware drie manieren van schrijven op nahoudt, namelijk den journalistischen, den superieuren causerietoon en dien der hooge kunst. Niet dat hij daarom de journalistische manier alleen voor de courant aanwendt, maar hij gebruikt zijne manieren naar onderwerp en stemming. In de hooge kunst deze intens geziene beschrijving van Sneeuw op blz. 105.

* *

*

„Hoog in het open de wit licht dag bij verstijfde „vlagen van oplicht en heenlicht strakstuipend aangewaaid, gestoken wit-wind ingekimd van de zwart„witte verten, star waterwezen kleurdenkend onder „fronslucht, knapperstippelende zwartwaasjes wriemelend „van vasten schuinschijn, in de stille witte allichtend „onaanvoelbare glazerigheid wervelwasemend; den grond „in tot ligging verstorven vaart vaal-aanlichtend in zijne „voortplatting vlak vlak daar daar verder tot de verte „korter, smaller minder en duisterder: in zich zelf zijnd al „om de opstanden, de zucht en zien van zijn en op van „de neering tot in -aan den hooge, binnen de doos van „ruimten als onkleur rook; en in breed-rechting als „tot vaststaan versteven regen tegen de wolkenzoldering