is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Emants niet in de visie der uiterlijke realiteit ligt, maar meer zijn oog doet richten op de dieper liggende zielsbewegingen, zoo zou De Meester misschien beter hebben gedaan zijn blik en ambitie meer in die richting te laten gaan, m. a. w. zich meer van beschrijvingen hebben moeten onthouden.

Zoo lijken dikwijls zijne beschrijvingen parasietplanten, die teren op meer onzichtbare zielskwaliteiten, vrijwillig zeker aangebracht, maar missend eigen levenskracht. En toch de vijfde vertelling getiteld „Gezin", alhoewel met beide voeten als het ware staande in de descriptie, is een meesterstuk van krachtige visie, gezet in het overweldigend snel tempo van rijk en spontaan zich verdringende tafereelen. Maar de descriptie vormt hier slechts den ondergrond, waarboven het rijke zieleleven van eene boerenkermis zich ontvouwt en rumoert. Het tempo van 's heeren De Meesters stijl is dat van den journalistenstijl. Dit zou somtijds kunnen schaden aan het evenwicht. Alleen door groote zelfbeheersching zal hij zich steeds kunnen vrijwaren van de nadeelen, die het onvermijdelijk met zich brengt.

In het laatste verhaal getiteld „De Klompjes" vind ik het volgende: „Stijf hielden de zwakke gedachtetjes „van dit domme bedelkind aan wat vader gezeid had, „vast: het was de Illusie, die ook haar kwam redden".

Die Illusie, die hier redding brengt, is eene sensatie van een ander plan, dan waarop de vertelling is geweven, en te vaag voorgesteld.

„Er ging van den dijk (vervolgt de auteur) een