is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar liggen hier en daar verspreid boerenhofsteden met de omringende weiden, waar enkele hooge olmen zware schaduwen werpen of rijen oude knotwilgen hun zilveren spitse bladeren in den zeewind doen trillen. De hoeven zijn meestal wit aangestreken en doen ons daardoor weten, dat wij reeds op Belgisch grondgebied zijn. En zware zelfbewuste boerinnen geven ons met vastheid en met fier opgeheven hoofd antwoord op het vragen naar de paden en wegen.

Daar wordt het eenzaam en eenzamer. Grasvelden met hoogere en wrangere sprieten verraden den zouter wordenden bodem, en in de verte gromt hoorbaar, maar gedempt de oceaan. De vogels zijn hier talrijker en minder schuw, zij dalen in de gouden korenvelden. De reigers gaan dichter op en vliegen langzamer weg voor den stillen wandelaar. De leeuweriken vooral stijgen hooger en zingen luider, alsof ze tegen het verre bruisen van de zee willen opzingen, en zie, hoe de rookpluimen der stoombooten blijven hangen aan den horizont of de witte zeilen wenken uit het verre blauw.

Maar wij zijn terug in St. Anna en gaan rusten in een klein café, gehouden door de oude weduwe Bodery met haar kraakwitte carcassemuts, die de Cadzandsche dracht is. Zij vertelt ons, hoe de vorige week nog een vriend van den Duitschen keizer ook in haar café is geweest en een kopje van hare gerenommeerde koffie heeft gedronken. „Ja mijnheer! en daar heeft hij