Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar met het zien van de klok en den zolder was het bezoek nog niet ten einde. Mijn cicerone daalde met mij af in de benedengewelven, naar een soort crypte, wier ronde en zorgvuldig gemetselde kolommen den grooten bouw schraagden. Eene bleekgrijze mijmering hing door deze lage gewelven. Hij wees me op een hoop steenen, van de afbraak van een gedeelte van het raadhuis voortkomende, en toonde me de grootte van deze brikken, waarvan hij er een herhaalde malen in zijn hand nam en tegen een moderner brik uitmat, waarbij bleek dat er minstens vier moderne op een middeleeuwsche brik gingen, en in de manier, waarmee hij die aanvatte, hanteerde en besprak en bijna liefkoosde met de hand, lag een groote belangstelling, die bijna roerend was.

Het was alsof hij voelde, het element van onze huizen, de zorgvuldig geprepareerde steen, die ons beschermen moet tegen weer en wind en ons het dak moet geven, waaronder wij onze hoofden ter rusteleggen.

En wederom ging hij me voor de trappen op en daar in een der zalen wees hij naar boven, waar in de houten balken van de zoldering gesneden beelden en voorstellingen zichtbaar waren. In de hooge zaal, waarin een zwak licht door de hooge en kleine vensters valt, maakten deze kunstwerken een vreemd effect en dat vooral wegens de zeer kras-realistische voorstellingen, en mijn gids merkte op, dat men naar de gevangenis zou moeten verhuizen, indien men het waagde zulke dingen heden te maken.

Sluiten