Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het stadsbestuur van Sluis is zoo verstandig- geweest, op de wallen de boomen zooveel mogelijk te sparen en de Engelsche misses of de badgasten van Heijst en Knocke zijn heerlijk verrast, hier en daar een welgeplaatste rustbank te ontdekken onder de ruischende kruinen der populieren. Daar zwetsen en brouwen ze ongestoord hunne Engelsche en Duitsche syllaben, druk als de honderden spreeuwen en musschen, die op de daken der huizen veel onverstaanbaars vertellen. En wie weet, of die spreeuwen elkander niet meer te vertellen hebben, wat belangrijk is, dan wij, kinderen der menschen.

* *

*

In den tijd dat de nachten op zijn langst zijn, gaat door de straten van Sluis de klepperman, kondigende aan de slapende stad de uren van den nacht. „Tien uur heeft de klok, de klok heeft tien," rekketek en weer schrijdt hij voort naar een andere straat met hetzelfde rekketek, dat hij maakt met zijn klepper. Sleepend en half slapend haast, zingt hij de uren langs de dommelende huizen en de laatste syllaben schijnen zich te verliezen in het algemeene rustige duister. ,,Dat geeft eene gerustheid," zeggen de Sluizenaars en zij zouden het aloude gebruik, dat zoo weinig meer voorkomt in het noordelijk Europa, niet gaarne afgeschaft zien. Al wordt men wel eens wakker door het plotselinge gerekketek, de stemmige, soezige zang van den man

Sluiten